Tuesday, 28 August 2012

Strijdlustig


‘Ik ben de beroerdste niet’ moest het worden. Ik dacht na over een nieuwe slogan voor moi. Het mocht ook een motto zijn. God weet waarom. Misschien om grip te krijgen op mezelf of misschien had ik gewoon cheerleader moeten worden in een eerder leven of  toen ik de leeftijd er voor had. Of bij de majorette! Witte laarsjes en een blauw pakje, mooi dat ik er niet bij mocht.
Goed, ik ben de beroerdste niet. De slogan van de dag. Van de week! Of misschien wel gelijk van mijn leven. Je kunt het altijd gebruiken. Alhoewel ik ook gelijk dacht, wat betekent het nu echt, deze tekst? Er zijn dus beroerdere mensen en tegelijkertijd minder niet beroerde mensen. Misschien moet je ook niet overal over nadenken. Als je kikkerbillen eet denk je ook niet aan het maag-darmkanaal dat je mee verslindt tenslotte. Nou ja, vanaf nu dus wel, maar waarom zou je ze ├╝berhaupt eten. Het is net kip, maar dan extreem klein.

Thursday, 16 August 2012

Genaaid

De lucht was blauw, op wat sluierbewolking na tenminste. Het gaf niet, want het was nog steeds OK met zon. Dus ik staarde ernaar en een split-second was ik een met de natuur. Of zoiets. En toen vond ik de bijna doorzichtige bewolking plotseling op van die schimmel lijken die je soms op aardbeien en zo terug vindt als je ze te lang hebt bewaard. Of als je ze na een week of drie onder een autostoel vandaan tovert.
Ik zei het hardop. Joost reageerde: “Natuurlijk schatje, wat een fijne gedachte weer, gelukkig is het niet echt.”
Ik zei niks. Want ik wilde ook wel dat ik er iets normaals als een biggetje in had gezien of een reus, maar het was gewoon niet zo.

Monday, 6 August 2012

In de ban van

Ik ga voor de zevende keer naar de dermatoloog om onder een felle lamp te liggen ter bevordering van het herstel van mijn acne huid in wording (of zoiets, lees hier hoe het ook alweer zat).
“En dit is dan de zesde keer”, zegt de dermatoloog assistente.
“Nee hoor de zevende”, zeg ik.
“Nee, de zesde” en de dermatoloog assistente bladert terug in haar schriftje.
“Nee, de zevende”, zucht ik terwijl ik met mijn ellenbogen op de balie zak zoals je op de plaatselijke bar hangt, want het kon nog wel eens lang gaan duren voordat ik mijn gelijk zou krijgen. En ik zou het krijgen. Ik sta zelf ook nogal te kijken van mijn winnaars mentaliteit, maar het zal wel komen door de Olympische Spelen. Ik beweeg me in een constante Ippon zoektocht door het land. Aanvankelijk dacht ik dat ik in de dubbele flikflak modus zat, maar toen ik dat liet vallen merkte Boris (6) op dat ik daar toch echt niet dun genoeg voor ben. En ook niet klein genoeg overigens.